“Al te vaak stoppen ondersteunende trajecten wanneer gedetineerden de gevangenis verlaten. Jammer genoeg resulteert dit dan geregeld in de ontwikkeling van verschillende problematieken op vlak van huisvesting, financiën en overlast. Dit leidt in te veel gevallen tot herval en recidive. Zo zien we dat de gevangenis van Hasselt een wederopsluiting kent van 62%. Dat willen we aanpakken,” aldus Hasselts schepen van Sociaal Beleid, Astrid Franssens.
“Nu al leveren heel wat diensten goede inspanningen. Maar die moeten beter op mekaar worden afgestemd zodat ze ook effectiever worden. Het project Tessa Limburg moet daarvoor zorgen. We streven daarmee naar een betere regie en opvolging bij re-integratie. De besturen van Hasselt en Genk slaan hiervoor de handen in mekaar, in nauwe samenwerking met de gevangenis en de diensten die nu al betrokken zijn,” vult Hasselts burgemeester Steven Vandeput aan.
Burgemeester van Genk Wim Dries en schepen van Welzijn en Gelijke Kansen Sara Roncada: “De maanden na een vrijlating zijn cruciaal. Door als lokaal bestuur korter op de bal te spelen, kunnen we problemen voorkomen vóór ze escaleren. Dit project gaat niet alleen over re-integratie, maar ook over veiligheid en leefbaarheid in onze buurten. Preventie begint bij goede opvolging.”
Het Vlaams Agentschap Justitie en Handhaving is een cruciale partner. Minister Zuhal Demir werkte al een Vlaamse strategie uit omtrent de problematiek van re-integratie. “De rol van de lokale besturen in de re-integratie van hun burgers is van groot belang. Dit project biedt hen de mogelijkheid dit verder uit te bouwen. Hasselt en Genk kunnen, mede dankzij hun ervaringen op het terrein, nu een concrete aanpak vooropstellen. Ze leggen daarbij eigen accenten en spitsen zich toe op lokale prioriteiten,” aldus Demir.
“Heel concreet wordt er na de vrijlating meteen contact opgenomen met alle betrokkenen en worden er duidelijke afspraken gemaakt hoe de ex-gedetineerde ondersteund kan worden. De betrokkenen wordt nauw opgevolgd, tot maximaal zes maanden na detentie waarbij de intensiteit geleidelijk wordt afgebouwd. Uiteindelijke doel is een volledige integratie in de maatschappij,” besluit Franssens.